Filosofie en ongeloof - Freud

Cursus van 6 lessen


Godsdienstfilosofie is de laatste drie eeuwen vooral kritisch van aard. In de huidige tijd van globalisering, fundamentalisme en nihilisme kan filosofie wellicht dienen om de waarde van de diverse geloofsovertuigingen opnieuw te overwegen. Godsdienst maakt deel uit van de menselijke beleving en ingaan op de kritiek, pro of contra, maakt dat men vol in het leven durft te staan.


Sigmund Freud verklaarde in 1927 in zijn 'De toekomst van een illusie' dat religie op een collectieve illusie berust. "Wij kunnen herhalen", schrijft hij, "dat religies illusies zijn, dat hun uitspraken niet bewijsbaar zijn en dat niemand kan worden gedwongen hun waarheid te accepteren." Freuds verklaring voor het illusoire karakter van de religie bevat de typische elementen van de psychoanalyse: godsdienst vindt haar oorsprong in de wens van het kind dat in zijn hulpeloosheid op zoek is naar bescherming door de vader. De volwassene, die deze ervaring van hulpeloosheid nooit volledig kan beheersen, gaat op zoek naar een almachtige vader die hem helpt zijn angsten te beheersen en die bovendien een morele orde bewaakt die rechtvaardigheid garandeert. De dood is geen einde, want de religie belooft een eeuwig leven. Freuds kritische gedachten over religie werden klassiek in de moderne filosofie.


Besproken wordt niet alleen Freuds al genoemde 'De toekomst van een illusie', maar ook zijn verhandeling 'Dwanghandelingen en godsdienstoefeningen' uit 1907 en natuurlijk zijn beroemde 'Colleges inleiding tot de psychoanalyse' uit 1916-17.


Docent: Robert Kragting


- Roermond, najaar 2009

- Heerlen, najaar 2009

- Maastricht, najaar 2009

- Maastricht, 15 t/m 17 juli 2016 (als zomerseminar)


Alle informatie op deze website is eigendom van Rubico © 1998-2018 
website door magister design