Themadag
Ausonius schreef zijn prachtige gedicht ‘Mosella’ in Trier omstreeks 371, toen hij verbleef aan het hof van de Romeinse keizer Valentinianus I. In zijn lofprijzing op de rivier de Moezel focust Ausonius zich op ‘het werk van de natuur’. Die nadrukkelijke aandacht voor de natuur krijgt in verschillende passages een persoonlijke kleur, zoals in zijn overzicht van de vissen en zijn beschrijving van het landschap. Maar er is ook aandacht voor de aanwezigheid van de mens.
Het is opvallend dat Ausonius in zijn verheerlijking van het Moezeldal de mens eerder als een indringer ziet, dan als een bewoner. Zijn algemene lof op de Moezel loopt uit op een contrast tussen natuur en cultuur. Bij de schildering van de wijngaarden op de hellingen langs de Moezel begint zijn kritiek op aanwezigheid van de mens. Met name zijn bespreking van de villa’s langs de oeverkanten is interessant in het kader van een filosofische cultuurkritiek.
Spreker: Robert Kragting
- Heerlen, 26 februari 2025
- Maastricht, 27 februari 2025
